Een alarm is zo betrouwbaar als de data waarop het gebaseerd is. Klopt de input niet, dan klopt de output ook niet. Het is het klassieke principe van garbage in, garbage out en een van de grootste uitdagingen voor een platform dat klanten helpt hun gebouwen te monitoren en te optimaliseren.
PULSE CORE is het smart building-platform van SPIE en is inmiddels verbonden met meer dan 1.000 gebouwen. Het brengt assetinformatie, werkorders, offertes en live data over energieverbruik, binnenklimaat en technische installaties samen op één plek. Bovenop deze data bevindt zich een intelligentielaag die afwijkingen detecteert, alarmen genereert en inzicht geeft in de prestaties van gebouwen.
Maar die inzichten zijn alleen waardevol als de onderliggende data betrouwbaar is. En dat is gebouwdata lang niet altijd.
Gebouwen zijn complexe dataomgevingen. In de loop der jaren worden verschillende systemen, apparaten, leveranciers en softwareversies aan hetzelfde gebouw toegevoegd. Daardoor ontstaan voortdurend kleine verstoringen: een sensorbatterij raakt leeg, een gateway verliest de verbinding, een software-update wijzigt het dataformaat, een meter wordt vervangen maar niet correct geconfigureerd of een netwerkstoring veroorzaakt een gat in de meetgegevens.
Deze problemen blijven vaak onopgemerkt. Ontbrekende data genereert niet automatisch een foutmelding, want de gegevens zijn er simpelweg niet. Toch kunnen de gevolgen groot zijn. Een alarm wordt niet geactiveerd omdat de benodigde metingen ontbreken of een dashboard laat een onvolledig beeld zien terwijl alles op het eerste gezicht normaal lijkt.
Daarom beschouwen we datakwaliteit niet als een periodieke controle of een proces dat op de achtergrond draait. Het is een integraal onderdeel van PULSE CORE. Betrouwbare analyses, alarmen en rapportages zijn alleen mogelijk met betrouwbare data. Daarom is het bewaken van datakwaliteit onderdeel van onze dagelijkse werkzaamheden.
We combineren geautomatiseerde monitoring met menselijke expertise.
Een speciaal datakwaliteitsdashboard bewaakt continu alle aangesloten gebouwen en detecteert ontbrekende datastromen, communicatieproblemen en hiaten in metingen. Dankzij deze automatisering kunnen we afwijkingen signaleren in meer dan 1.000 gebouwen, iets wat handmatig onmogelijk zou zijn.
Maar een probleem signaleren is pas de eerste stap.
Ons Data Quality-team beoordeelt iedere melding en bepaalt welke afwijkingen nader onderzoek vereisen. Bevestigde problemen worden als ticket geregistreerd en opgevolgd totdat de oorzaak is achterhaald en het probleem is opgelost.
Afhankelijk van de situatie werken we daarbij samen met SPIE-consultants, klantmanagers, externe platforms zoals Priva of rechtstreeks met de klant. Soms is de oplossing eenvoudig, zoals het vervangen van een sensorbatterij. In andere gevallen gaat het om het herstellen van een communicatieverbinding, een probleem in de dataopslag of een softwarefout die verderop in de keten opgelost moet worden.
We beperken ons dus niet tot de constatering dat data ontbreekt of incorrect is.
We onderzoeken waarom dat zo is en zorgen ervoor dat het probleem daadwerkelijk wordt opgelost. Door deze continue cyclus van monitoren, beoordelen, onderzoeken en oplossen blijft de data betrouwbaar en voorkomen we dat kleine verstoringen uitgroeien tot verkeerde analyses of beslissingen.
Voor onze klanten is het resultaat helder: zij kunnen vertrouwen op wat ze zien.
Wanneer PULSE CORE een alarm genereert, is dat gebaseerd op data waarvan de kwaliteit continu wordt bewaakt. En wanneer een dashboard laat zien hoe een gebouw presteert, kunnen facility managers en gebouweigenaren ervan uitgaan dat de onderliggende gegevens betrouwbaar zijn. Zo kunnen zij met vertrouwen beslissingen nemen, zonder zich af te vragen of de onderliggende data wel klopt.
Deze werkwijze hebben we de afgelopen jaren voortdurend doorontwikkeld, terwijl PULSE CORE is uitgegroeid tot een platform met meer dan 1.000 aangesloten gebouwen. Op die schaal is datakwaliteit geen eenmalige controle, maar een continu proces en een essentieel onderdeel van betrouwbare gebouwintelligentie.
Want uiteindelijk blijft het principe eenvoudig: garbage in, garbage out. Onze taak is ervoor zorgen dat ‘garbage’ geen kans krijgt het systeem binnen te komen.